Reactie toevoegen

Oproep tot een andere focus op het sociaal werk

Auteur: 
Saskia Moerbeek

In het sociale domein wordt veel nadruk gelegd op individuele hulpverlening en vrijwilligerswerk. Zeker in deze tijd van corona wordt de enorme inzet van vrijwilligers en hulpverleners terecht geprezen. Tegelijk rijst de vraag hoe dat de komende tijd zal gaan, als de impact van de huidige crisis zich diepgaand doet voelen op financieel, sociaal en psychisch gebied. De coronacrisis legt een aantal structurele tekortkomingen in het sociaal domein bloot, waarover wij ons als ervaren sociaal ontwikkelaars grote zorgen maken. Daarbij gaat het om een te grote nadruk op het systeem van individuele hulpverlening, te hoge verwachtingen van de impact van vrijwilligerswerk en te veel nadruk op activiteiten binnen het welzijnswerk.

Individuele hulpverlening: dweilen met de kraan open

Zo’n vijf jaar geleden werden er overal sociale buurtteams in het leven geroepen. De verwachting was dat samenwerking tussen hulpverleners en andere professionals tot een meer integrale benadering zou leiden en dat er meer ruimte zou zijn voor preventie en collectieve aanpak. Uit recent onderzoek[1] blijkt dat dit niet echt gelukt is. De meeste buurtteams houden zich vooral bezig met individuele hulpverlening en doorverwijzing. De medewerkers gaan gebukt onder een enorme caseload en het aantal hulpvragen neemt alleen maar toe, terwijl de financiële middelen beperkt zijn. Het is niet verwonderlijk dat er steeds meer hulpvragen komen. De vraagstukken waarmee mensen in wijken en buurten kampen, komen voort uit bredere economische en maatschappelijke ontwikkelingen en keuzes. Denk aan flexibilisering van de arbeid, liberalisering van de volkshuisvesting en bureaucratisering van overheidsregelingen. Tegen de achtergronden van dit soort ontwikkelingen is individuele hulpverlening in veel gevallen dweilen met de kraan open. Daarbij komt dat ook vraagstukken rond opvoeden en ontwikkeling individuele kwesties zijn geworden, waarbij bijvoorbeeld opvoedondersteuning soelaas moet bieden. Maar in het persoonlijke leven van mensen is opvoeden geen op zichzelf staand vraagstuk. Alles hangt met elkaar samen. Je inkomen, je woonsituatie, je sociale achtergrond en je opleiding, maar ook je persoonlijkheid. En je persoonlijke situatie verandert ook nog voortdurend.  Het gevolg is dat hulpverleningstrajecten in dit soort situaties maar voor een deel voldoen, of slechts tijdelijke verlichting bieden.

In plaats van alleen individuele hulpverlening zou er veel meer ruimte moeten komen voor collectieve trajecten waarin mensen in gesprek met elkaar kunnen ontdekken wat ze ten diepste belangrijk vinden en waarin ze met elkaar kunnen leren, steunende netwerken kunnen ontwikkelen en samen maatschappelijke initiatieven kunnen nemen. In dat soort trajecten vormen de vraagstukken van bijvoorbeeld ouders het vertrekpunt van handelen en is er sprake van een gelijkwaardige samenwerking tussen ouders en professionals. Voorbeelden als de Wijkacademies Opvoeden en het Utrechtse Netwerk Ouders van Betekenis laten zien dat een thematische en groepsgerichte manier van werken ook op de langere termijn een grote impact heeft en de deelnemers het fundamentele gevoel geeft dat ze gezien en gehoord worden. Dit soort trajecten focust juist niet op problemen, maar op wat mensen individueel en in groepsverband willen en kunnen. Daarmee bereiken ze ook mensen die zich niet bij de hulpverlening melden en leveren ze een actieve bijdrage aan de zo gewenste preventie.

Overschat het vrijwilligerswerk niet

De nadruk die er in deze tijd op vrijwilligerswerk wordt gelegd heeft te maken met het belang dat er aan participatie en aan een solidaire samenleving wordt gehecht. Maar er spelen ook financiële keuzes mee. Waarom een beroepskracht betalen als vrijwilligers het ook kunnen doen? Het is duidelijk dat vrijwilligerswerk mensen veel voldoening geeft en dat het bijdraagt aan een menselijke en veerkrachtige samenleving. Het is echter ook belangrijk vrijwilligers niet te overschatten en te verwachten dat ze met hun inzet de structurele problemen in wijken en buurten oplossen. Vrijwilligersinitiatieven zijn vaak gericht op het lenigen van directe noden, het ondersteunen van kwetsbare mensen, of het opkomen voor bepaalde belangen. De maatschappelijke veranderingen die nodig zijn om de vraag naar individuele hulpverlening te verkleinen, vragen echter om een ander soort inzet. Daarvoor is nodig dat mensen de ruimte krijgen om te verwoorden wat ze echt belangrijk vinden en te analyseren wat daarvoor de belemmeringen zijn. Maar ook dat ze ondersteund worden bij het opzetten van acties om de gewenste veranderingen tot stand te brengen en bij het overeind houden van hun initiatieven wanneer die te maken krijgen met tegenslag en tegenwerking. Dat vraagt om professionals die groepen methodisch kunnen begeleiden, die strategisch kunnen denken en die op basis van gelijkwaardigheid, met respect voor ieders deskundigheid, samenwerken met wijkbewoners en ouders.

Geef vrijwilligersinitiatieven passende waardering

Er wordt veel en belangrijk vrijwilligerswerk gedaan. Maar het blijkt voor gemeentes en professionals vaak lastig om initiatieven van vrijwilligers op waarde te schatten. Ze worden bijvoorbeeld uitgenodigd om mee te doen in de vergadercircuits van de professionals. Hierdoor worden de vrijwilligersinitiatieven al gauw leeggezogen. Of de vrijwilligers worden gezien als sleutelfiguren die deelnemers voor allerlei activiteiten kunnen aanleveren, of als plaatsvervangers voor professionele hulpverleners. In het begin is dit leuk, maar op termijn gaat het schuren. Omdat datgene wat jij wilt en belangrijk vindt ondergesneeuwd raakt in beleidstaal en professionele doelen. En omdat je je af gaat vragen of jij als vrijwilliger nu in je eigen tijd een aangever voor de professionals moet zijn. In deze coronatijd worden de vele vrijwilligersinitiatieven meer dan hiervoor opgemerkt en geprezen. Maar deze mensen die zich vaak dag en nacht inzetten, houden dat op termijn niet vol. Voor de continuïteit van het vrijwilligerswerk is het belangrijk dat het op waarde wordt geschat, in zijn waarde wordt gelaten én dat er uitzicht is op steun om de initiatieven voort te kunnen zetten of over te kunnen dragen.  

Meer dan een activiteitenconcept

In het huidige welzijnswerk is weinig ruimte voor een groepsgerichte aanpak. Veel buurthuizen zijn verworden tot facilitaire voorzieningen waar je goedkoop een ruimte kan huren. De sociaal werkers houden zich vooral met activiteitenprogramma’s bezig, zoals koken, taallessen en mantelzorggroepen. Bij die activiteiten is wel aandacht voor individuele talentontwikkeling en lotgenotencontact, maar weinig voor collectieve leerprocessen en noodzakelijke maatschappelijke veranderingen. Deze ontwikkeling wordt versterkt door de aanbestedingsprocedures, die ertoe leiden dat de organisatie van het welzijnswerk in veel gemeentes elke vier, vijf jaar op de schop gaat. Maar het werken aan bijvoorbeeld een pedagogische civil society, waarin opvoeden meer is dan een individueel vraagstuk en er sprake is van gelijkwaardige samenwerking tussen ouders en professionals, vraagt niet om een activiteitenprogramma, maar om langduriger inhoudelijke trajecten waar deelnemers over belangrijke thema’s van gedachten wisselen, van elkaar leren en samen initiatieven nemen om belangrijke kwesties aan de orde te stellen.

Oproep

Daarom roepen wij op tot:

  • Meer aandacht en ruimte voor een thematische - en groepsgerichte aanpak om individuele hulpverleners te ontlasten én om een bijdrage te leveren aan het signaleren en oplossen van de maatschappelijke problemen waar de vele hulpvragen uit voort komen.
  • Passende waardering voor het bestaande vrijwilligerswerk en steun om dit op langere termijn voort te kunnen zetten.
  • Waardering voor wijkbewoners en vrijwilligers als gelijkwaardige samenwerkingspartners met een eigen deskundigheid.
  • Deskundigheidsbevordering voor professionals zodat ze in staat zijn die groeps- en themagerichte aanpak in praktijk te brengen.
  • Herwaardering van de sociale sector als geheel.

Saskia Moerbeek, directeur stichting Bevordering Maatschappelijke Participatie (BMP)

Kathinka Bruinsma, Perspectief coaches: Procesbegeleiding samenwerken met ouders en wijkbewoners.

 

 

19-6-2020

 

[1] https://www.movisie.nl/publicatie/sociale-wijkteams-vijf-jaar-later. Onderzoek rapport van Movisie in opdracht van de VNG:

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.