Ambtenaren
doen veldwerk
 
 




De krant is hier te downloaden - klik hierboven

In de periode januari tot en met juni 2011 heeft de stichting BMP in de gemeente Utrecht het project “Ambtenaren verrichten veldwerk naar (allochtone) mantelzorgers” uitgevoerd. Dit project is tot stand gekomen naar aanleiding van een vraag van Cliëntenbelang Utrecht, om een methodiek te ontwikkelen om mensen uit 'moeilijk bereikbare groepen' te betrekken bij het WMO-beleid van de stad.

Kern van het door BMP ontwikkelde project is dat dit zich nu eens niet richt op stappen die de doelgroep moet zetten, maar op nieuwe vormen van ambtelijk initiatief.

Doel

Doel van het project “Ambtenaren doen veldwerk” is het ontwikkelen van een werkwijze waardoor ambtenaren op een andere dan gebruikelijk in contact komen met mantelzorgers en wel op zo’n manier dat naast het verstand ook het gevoel wordt aangesproken.

Dit gebeurt door ontmoetingen tussen ambtenaren en (groepen) mantelzorgers te doen plaatsvinden en door de ambtenaren uit te nodigen om op basis van hun belevenissen tijdens de ontmoetingen een of meerdere artikelen voor een eenmalige uit te geven krant te maken.

De organisatie van het project is in handen van Gerben Kroese en Saskia Moerbeek van de stichting BMP. Journalist Mar Oomen begeleidt het schrijfproces en treedt op als eindredacteur.

Uitgangspunten

Achterliggende gedachten van het project zijn dat:

  1. Ontmoeting en verhalen soms meer inzicht opleveren in de positie van kwetsbare groepen dan onderzoeken en inspraakprocedures.
  2. Dat het werken aan een gemeenschappelijk product waarbij ambtenaren ook hun persoonlijke kwaliteiten herkenbaar in kunnen zetten, bijdraagt aan hun betrokkenheid en het idee dat ze trots kunnen zijn op hun werk.
  3. Een product als een krant door ambtenaren gemaakt de doelgroep het gevoel geeft dat ze door de beleidsmakers gezien en gehoord worden.
  4. Een product als een krant kan bijdragen aan de bekendheid van het beleid van de gemeente en de leefwereld van de doelgroep onder een breder publiek.

Verloop van het project

Zes ambtenaren van de gemeente Utrecht en een medewerker van Agis Zorgverzekeringen hebben bijeenkomsten bijgewoond van - en gesprekken gevoerd met mantelzorgers. Onder meer om zich goed voor te kunnen bereiden op de veranderingen die op stapel staan voor de gemeente met de overheveling van functies als dagbesteding en begeleiding van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) naar de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo).

Ontmoetingen

Zoals de titel van het project aangeeft deden ambtenaren ‘antropologisch’ veldwerk in de stad Utrecht. Ze werden door medewerkers van de stichting BMP in contact gebracht met verschillende (groepen) mantelzorgers, om op basis van deze ontmoetingen een persoonlijk artikel te schrijven en fotomateriaal aan te leveren. Ze ontmoetten onder meer groepen die voor een verstandelijk of lichamelijk gehandicapt kind zorgen, Turkse en Marokkaanse mantelzorgers met de zorg voor iemand met psychiatrische problemen of spraken met individuele Turkse en Surinaamse mantelzorgers.

Voorafgaand aan hun veldwerk formuleerden de ambtenaren vragen waarop ze tijdens hun ontmoeting antwoorden wilden krijgen. Een aantal van hen heeft daarover contact gehad met de journalist die het schrijfproces begeleidde.

Het doet wat met je

Inzet was dat de ambtenaren op gevoelsniveau geraakt zouden worden door de verhalen van de mantelzorgers. Dit bleek in hoge mate het geval. Het was de deelnemers, zoals ze het verwoordden, ‘niet in hun koude kleren gaan zitten’. We citeren uit de krant waarin ze verslag deden van hun ontmoetingen:

“Nog dagen bleven de verhalen die ze hadden gehoord door hun hoofd spoken. Vooral de uitzichtloosheid waarin veel allochtone vrouwen zich bevinden, had hen geraakt.

Als beleidsmedewerkers mantelzorg hadden ze natuurlijk wel allerlei verhalen over de situatie van mantelzorgers gelezen. Maar, zeggen ze allemaal, je begrijpt toch veel beter wat er aan de hand is als je thuis bij iemand aan de keukentafel het hele verhaal hoort, terwijl het gesprek steeds onderbroken wordt door een oude, boze vader of een lieve, maar volstrekt hulpeloze jongeman die ook aandacht willen. Terplekke maak je mee hoe een beetje ondersteuning al verlichting kan geven.

En, zeggen de ambtenaren, je kunt je er best iets bij voorstellen als in een rapport staat: de lotgenotenbijeenkomsten zijn voor mantelzorgers essentieel. Maar als je daadwerkelijk tussen een groep lachende en huilende vrouwen zit, voél je waarom die bijeenkomsten zo belangrijk zijn. 'Het is vaak het enige uitje dat ze hebben', zegt een van de ambtenaren. 'Het is hun enige uitlaatklep.' 'Tijdens zo'n bijeenkomst zie je, hoor je en voel je hoe ingewikkeld de situatie is waarin deze vrouwen zich bevinden, hoe alles met alles samenhangt. En je realiseert je hoe groot de gevolgen kunnen zijn van één simpele beleidswijziging.'

De informatiestroom in de groepen bleek geenszins eenrichtingsverkeer. De interactie was niet beperkt tot mantelzorgers die vertelden en de ambtenaren die luisterden. De bezoekers aan de groepen kregen veel vragen van mantelzorgers over het beleid. Soms ook vroegen ze aandacht voor hun persoonlijke situatie.

Oplage van 1000 stuks

De krant Zorgend Utrecht is op 9 juni 2011 verschenen in een oplage van 1000 stuks, die verspreid worden onder gemeentelijke diensten, gemeenteraadsleden en instellingen en organisaties in Utrecht. De deelnemers aan het symposium Utrecht Gezond, dat door de gemeente en Agis zorgverzekeringen georganiseerd is kregen als eerste een exemplaar uitgereikt. Daarnaast wordt de krant in een digitale vorm verspreid via intranet van de gemeente, de website van Cliëntenbelang Utrecht en de website van de stichting BMP.

Conclusies

  • De als moeilijk bereikbaar geldende doelgroep ‘(allochtone) mantelzorgers’ blijkt – door inschakelen van personen en instanties die toegang hebben tot de doelgroep – wel degelijk toegankelijk voor (beleids)ambtenaren.
  • Het contact tussen ambtenaren en mantelzorgers zorgt voor een beter - en een meer invoelend begrip van de situatie waarin mantelzorgers zich kunnen bevinden. Ook de mogelijk ingrijpende gevolgen van beleidswijzigingen werden door het contact zichtbaar. Het zorgde dus, zoals verwacht, voor een zowel cognitief als emotioneel beter begrip bij ambtenaren van de levenssfeer, de noden en de kracht van divers roepen mantelzorgers.
  • Ontmoetingen met mantelzorgers kunnen leiden tot een beter gefundeerd beleid gericht op deze doelgroep.
  • Het project heeft geleid tot een product dat een duidelijke meerwaarde heeft voor de deelnemers, de betrokken mantelzorgers en instellingen en voor de gemeente Utrecht als zodanig.