Toekomstige
vormen van Ontwikkelingssamenwerking
Ontwikkelingssamenwerking
is een actueel Europees thema. Zowel nationale overheden als de Europese
Commissie en het Europees Parlement worstelen met de vraag of de huidige
vormen van ontwikkelingssamenwerking passen in een globaliserende wereld,
waar mensen op allerlei manieren in verbinding staan met elkaar. Recent
onderzoek in Nederland wijst uit dat veel mensen twijfels hebben bij de
manier waarop de huidige ontwikkelingssamenwerking wordt uitgevoerd. Men
vindt dat de hulp niet aan de juiste mensen ten goede komt, dat de vorm
waarin de hulp wordt gegeven niet voldoet, of dat er in Nederland zelf
genoeg problemen zijn.
Tegelijkertijd,
reizen Nederlanders naar alle delen van de wereld, op zoek naar authentieke
ontmoetingen en andere culturen. Veel jongeren doen enkele maanden vrijwilligerswerk
in een arm land. Werkenden combineren hun vakantie steeds vaker met vrijwilligerswerk
en vanuit Nederland worden kunstprojecten in bijvoorbeeld de sloppenwijken
van Brazilië uitgevoerd. Weer anderen verzamelen kleding en speelgoed
voor weeshuizen in Oost Europa en brengen die daar zelf met vrachtwagens
heen. Dertigers en veertigers die bij internatonale bedrijven werken,
spreken het management aan op het sociaal beleid van de organisatie en
het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Mensen willen zich
steeds meer op een eigen individuele manier verhouden tot de wereld en
zelf aan het stuur staan bij de vormgeving van hun betrokkenheid. Wanneer
ze geconfronteerd worden met armoede en onderontwikkeling neigen steeds
meer mensen ertoe om zelf een stichting of een ontwikkelingsproject in
het leven te roepen, dat hen de mogelijkheid biedt zelf direct betrokken
te zijn en dat vertrouwen uitstraalt naar hun directe kring van familieleden
en bekenden.
In Nederland
wonen veel mensen met een vluchtelingen- of migrantenachtergrond. Zij
hebben hun eigen kanalen en manieren om met geld en kennis bij te dragen
aan de ontwikkeling van hun landen van herkomst. Zij doen dit door direct
geld over te maken aan hun eigen familie, maar ook in de vorm van aparte
stichtingen die concrete projecten in het land van herkomst steunen, of
door het starten van bedrijven die producten aan Nederland leveren en
waar mensen uit kwetsbare groepen werken. De gezamenlijke bijdragen van
migranten en vluchtelingen overtreffen in volume die van de officiële
ontwikkelingshulp.
Met het
activerend onderzoek naar nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking
wil de stichting BMP onderzoeken in hoeverre bovenstaande ontwikkelingen
invloed hebben op het denken over ontwikkelingssamenwerking. Ze wil dit
doen door na te gaan op welke manier twee groepen dertigers en veertigers,
een groep van Nederlandse komaf en een groep met een vluchtelingen/ migrantenachtergrond,
aankijken tegen ontwikkelingssamenwerking, op welke manier zij zich daarbij
betrokken voelen en welke vormen zij denken dat passend zijn in de huidige
tijd van globalisering, individualisering en toenemende communicatiemogelijkheden.
Doel van het onderzoek is om nieuwe handelingsperspectieven te ontwikkelen
voor beleidsmakers bij de Europese Commissie, Europarlementariërs,
nationale ontwikkelingsorganisaties en de nationale overheid.
Werkwijze
Het project wordt uitgevoerd volgens de methode van activerend onderzoek.
Dit is een multidisciplinaire vorm van onderzoek waarbij niet alleen bestaande
gegevens en meningen worden verzameld, maar mensen ook worden uitgedaagd
nieuwe gedachten en inzichten te ontwikkelen en te reageren op stellingen
en voorstellen van anderen. De stichting BMP heeft ruime ervaring met
deze vorm van onderzoek.
Het activerend
onderzoek naar participatie van burgers bij nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking
stelt de deelnemers in staat:
· hun verbondenheid met de rest van de wereld te duiden
· biedt mogelijkheden daar nieuwe vormen voor te bedenken en uit
te wisselen
· standpunten te bundelen
· onderling te debatteren in de vorm van elektronische uitwisseling
van argumenten
· nieuwe visies voor te leggen aan beleidsmakers / politici / opiniemakers
· hen uit te dagen te reageren
· en daar een eigen visie naast en/of tegenover te zetten
· met elkaar nieuwe handelingsperspectieven te ontwikkelen voor
burgers en voor beleidsmakers, politici en burgers zelf.
|
|
|
Gedetailleerde
beschrijving
|
Het onderzoek bestaat uit twee delen. Deel 1 kent de volgende onderdelen:
1.
Interviews
Er wordt een veertigtal open interviews gehouden met mensen uit
verschillende lagen van de bevolking van tussen de dertig en vijftig
jaar, van Nederlandse en niet westerse komaf. De helft bestaande
uit mensen, zonder speciale banden met het thema ontwikkelingssamenwerking
(o.a. vakbondsleden) , de andere helft uit mensen die persoonlijk
op één of andere wijze met dit onderwerp bezig zijn,
bijvoorbeeld doordat ze een eigen stichting hebben. In de interviews
komen de volgende hoofdvragen aan de orde:
· Hoe beleven de deelnemers aan de interviews hun burgerschap?
· Hoe kijken zij aan tegen de toenemende globalisering?
· Hoe zien ze zich zelf als burger in deze wereld van internationale
relaties en snelle communicatie?
· Hoe denken zij over vraagstukken van armoede en onderontwikkeling?
· Wat zijn voor hen aansprekende vormen voor ontwikkelingssamenwerking?
· Wat is er nodig om die vormen verder te ontwikkelen?
De uitkomsten van de interviews worden geanalyseerd op dissensus,
consensus en creatieve gedachten.
2. Interpretatie uitkomsten en ontwikkeling
discussie- en debat stellingen
Aansluitend op de interview ronde vindt er een expert meeting plaats
waarin een aantal geïnterviewden, enkele journalisten, wetenschappers,
vertegenwoordigers van migranten- en vluchtelingenorganisaties,
politici, en opiniemakers, deelnemen. Hoofdvragen voor deze experts
meeting zijn: wat zijn de hoofdkenmerken van ontwikkelingssamenwerking
in de nieuwe tijd? Welke vormen kan deze ontwikkelingssamenwerking
aannemen en hoe ziet de relatie tussen burgers en Europa eruit op
dit vlak? Hoe kunnen de gedachten die hierover ontwikkeld worden
in aansprekende debat en discussiestellingen worden gegoten die
een rol kunnen spelen in het maatschappelijk discours over de toekomst
van (Europese) ontwikkelingssamenwerking.
3. Stimuleren van een publiek debat over
toekomstige vormen van Europese ontwikkelingssamenwerking
Stimuleren van het debat, o.a.
door de uitkomsten van interviews en de ontwikkelde discussie- en
debatonderwerpen te publiceren op internet, in een opiniërend
artikel in een van de grotere dagbladen en via een landelijk radioprogramma,
teneinde in deel twee een basis te hebben voor verdere verdieping
en verbreding van het debat. Gedacht wordt aan een programma zoals
Goede Morgen Nederland op Radio 1.
Deel 1 wordt afgerond met een beknopt verslag,voor Europarlementariërs,
leden van de Tweede kamer en vertegenwoordigers van ontwikkelingsorganisaties.
In dit verslag wordt tevens een beknopte opzet opgenomen van het
programma van het tweede deel van het project, dat circa acht maanden
zal duren. Onderdelen van het programma van deel 2 zijn in ieder
geval een internetdebat onder o.a. vakbondsleden en werknemers van
internationale bedrijven en de uitwerking van een tiental essays
door politici, beleidsmakers en journalisten.
Planning
Het project is onderverdeeld in vier fases:
Fase 0: voorbereiding, duur twee maanden
Samenstelling stuurgroep, vraagstelling interviews, benaderen te
interviewen personen, benaderen vakcentrales en bedrijven, contacten
dagbladen en radio.
Fase 1: duur drie maanden
40 interviews, en beschrijving uitkomsten interviews
Fase 2: duur drie maanden
Inhoudelijke voorbereiding expertmeeting, definitieve samenstelling
experts groep. Feitelijke organisatie experts meeting.
Fase 3: duur drie maanden
Publiciteit en maatschappelijk debat, lancering discussie- en debatonderwerpen,
publicatie opiniërend artikel, uitzending er radioprogramma
en voorbereiding deel 2
Fase 4: duur een maand
Beknopt verslag publicatie uitkomsten en programmering deel 2.
|
|
|
|
|